Einde aan slapende dienstverbanden

De Hoge Raad heeft op 8 november 2019 bepaald dat slapende dienstverbanden in strijd zijn met goed werkgeverschap. Een ‘slapend dienstverband’ is een dienstverband waarbij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer thuis zit en geen loon meer krijgt, maar door de werkgever toch in dienst wordt gehouden met als gevolg dat daardoor de wettelijke transitievergoeding niet hoeft te worden betaald.

In de procedure die aan de Hoge Raad is voorgelegd eist een werknemer van zijn werkgever schadevergoeding, zijnde de transitievergoeding, omdat de werkgever niet bereid is om het ‘slapende dienstverband’ te beëindigen. De Hoge Raad heeft hierop bepaald dat een werkgever moet instemmen met een voorstel van de werknemer om de arbeidsovereenkomst (met wederzijds goedvinden) te beëindigen en daarbij aan de werknemer de wettelijke transitievergoeding moet toekennen. Voor de berekening van de hoogte van de te betalen transitievergoeding mag worden uitgegaan van het bedrag dat de werkgever verschuldigd zou zijn bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de dag nadat de werknemer 104 weken ziek is geweest.

Sinds er een wet is waarin is geregeld dat werkgevers door het UWV worden gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, gaat het argument niet meer op dat een werkgever hierdoor op hoge kosten wordt gejaagd, aldus de Hoge Raad. De Hoge Raad merkt verder op dat het duidelijk is dat de wetgever af wil van de ‘slapende dienstverbanden’. Alleen als een werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de ‘slapende’ werknemer toch in dienst te houden is hij niet verplicht om op het beëindigingsvoorstel van een werknemer in te gaan. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als er een reëel uitzicht is op re-integratie.

Mocht het betalen van de transitievergoeding tot financiële problemen bij de werkgever leiden, kan de werkgever in termijnen betalen of kan de uitbetaling worden opgeschort tot 1 april 2020. Dat is de datum waarop de Wet compensatie transitievergoeding in werking treedt. Omdat deze wet stelt dat de volledige vergoeding aan de werknemer moet zijn voldaan, verplicht dit de werkgever in ieder geval om voor een korte periode de transitievergoeding voor te financieren.

Een kanttekening
Het arrest van de Hoge Raad gaat uit van actieve beëindiginghandeling door een werknemer en dwingt een werkgever dus zelf niet tot het actief beëindigingen van de slapende arbeidsovereenkomst. Maar daarmee is de kous nog niet af.

De berekeningsmethodiek voor de transitievergoeding wordt per 1 januari 2020 gewijzigd. Dit kan tot gevolg hebben dat bij beëindiging van een ‘slapend dienstverband’ na 31 december 2019 de door de werkgever verschuldigde transitievergoeding lager is als dat de arbeidsovereenkomst voor 1 januari 2020 zou zijn geëindigd.

Het is dan ook niet uitgesloten dat als de ‘transitievergoeding 2019’ tot een beduidend hogere vergoeding zou hebben geleid dan de ‘transitievergoeding 2020’ een werknemer het verschil tussen beiden transitievergoedingen in een procedure als schade vordert van een werkgever, als de werkgever pas na 1 januari 2020 overgaat tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dit verschil komt niet in aanmerking voor de wettelijke compensatieregeling. Als de arbeidsovereenkomst pas in 2020 wordt beëindigd, zal het UWV immers alleen de ‘transitievergoeding 2020’ compenseren.

Om een mogelijke vordering van een werknemer voor te zijn, kan een werkgever voor 1 januari 2020 een ‘slapende werknemer’ een voorstel te doen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen en waarbij de transitievergoeding (2019) wordt toegekend of om vóór 1 januari 2020 een ontslagaanvraag in te dienen bij het UWV wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit geldt ook voor de situatie waarin de te ontvangen compensatie lager is dan de wettelijke transitievergoeding, omdat het loon in de twee jaar van ziekte lager is dan de door de werkgever verschuldigde transitievergoeding.

Werkgevers kunnen vervolgens tussen 1 april 2020 en 30 september 2020 bij het UWV een compensatieverzoek indienen voor de betaalde ‘transitievergoeding 2019’. Als de arbeidsovereenkomst pas in 2020 wordt beëindigd, zal het UWV de dan geldende transitievergoeding (‘transitievergoeding 2020’) compenseren.

Heeft u alle slapende werknemers in het vizier? Zo niet, dan is het advies het snel in kaart te brengen. Van Egmond Legal kan u ondersteunen in de vervolgstappen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *